Western Riding is voortgekomen uit het werk van de cowboys die met behulp van hun paarden koeien moesten drijven. Dat hield in dat de paarden met één hand te rijden moest zijn omdat de cowboy zijn andere hand moest gebruiken voor lassowerpen, hekken open en dicht maken enz. Zijn paard moest makkelijk wendbaar zijn en snel reageren op lichte aanwijzingen. De meest geschikte paarden voor dit werk waren wat kleinere, taaie paarden. Ze moesten snel en dapper zijn en tegelijk onverstoorbaar. Snel om een afgedwaalde koe weer terug te drijven. Dapper om een koppige koe de baas te kunnen zijn. Onverstoorbaar om de rest van de kudde niet te verstoren. Speciaal voor dit werk zijn onder andere de Quarter Horse, Appaloosa en de Paint Horse gefokt.
Uit het ouderwetse ranchwork ontstond een wedstrijdsport die tegenwoordig Western Riding wordt genoemd. Er zijn veel verschillende wedstrijdonderdelen die in drie hoofdgroepen onder te verdelen zijn: Western dressuur (Pleasure, Horsemanship, Western Riding, Trail, Reining, Hunter under Saddle), het werken met vee (Cutting, Teampenning, Working Cowhorse) en de snelheidsonderdelen (Pole Bending, Barrel Race). Daarnaast zijn er ook niet rij-onderdelen zoals Halter en Showmanship at Halter. Het leuke van Western rijden is dat je een keuze kunt maken uit de diverse onderdelen, die voor jou en je paard het meest geschikt zijn.
Western rijden is een manier van rijden en trainen die je met elk paard kunt doen. Over het algemeen zie je dat de Quarter Horse, Appaloosa en de Paint Horse vanwege hun achtergrond en eigenschappen, het meest ideaal gevonden worden.
Western Pleasure
In de Western Pleasure wordt de basis van het Western rijden getest. Er wordt gekeken naar de beheersing van de ‘walk’, ‘jog’ en ‘lope’ (stap, draf en galop) zowel linksom als rechtsom en ‘extended’ (uitgestrekt). Ook een ‘back-up’ (achterwaarts gaan) kan worden gevraagd. Het paard moet alle gangen en overgangen kalm, vloeiend, gewillig en relaxed uitvoeren. De ruiter moet zijn hulpen (aanwijzingen) nauwelijks zichtbaar geven en het contact met de mond moet zacht en vriendelijk zijn. Het gaat er om dat paard en ruiter laten zien dat ze voor hun plezier rijden: ‘a pleasure to ride’.
Western Horsemanship
Western Horsemanship bestaat uit een individuele proef en een gezamenlijke Pleasure proef. Het gaat erom de goede basistraining te laten zien. De ruiter wordt beoordeeld op houding en het geven van bijna onzichtbare hulpen. Paard en ruiter moeten harmonieus en gecontroleerd over komen. De proef wordt door de jury samengesteld en kan bestaan uit alle combinaties van gangen,
overgangen en figuren. De individuele proef maakt het grootste deel van de puntentelling uit.
Western Riding
Dit onderdeel bestaat uit 2 ‘patterns’ (parcoursen) waaruit de jury een keuze maakt. Hierbij gaat het om de beheersing van het paard, de gewilligheid en vloeiende bewegingen en de lichtheid van de hulpen. Deze proef is het meest te vergelijken met hogere Engelse dressuur. Alle gangen moeten getoond worden. Het belangrijkste onderdeel van deze proef zijn de galopchangementen. De proef bevat tevens het draven en galopperen over een balkje.
Trail
In dit onderdeel moeten paard en ruiter laten zien dat ze makkelijk kunnen rijden in elk landschap. Een hek, omgevallen boom of smalle doorgang mag geen belemmering zijn. Het paard moet hiervoor niet alleen geoefend zijn, maar moet ook de ruiter blindelings vertrouwen. De Trailproef bestaat uit allerlei hindernissen die in stap, draf, galop, zijwaarts of achterwaarts genomen moeten worden. Enkele voorbeelden van een hindernis zijn: openen en sluiten van een hekje, brug oversteken, over balkjes manoeuvreren.
Reining
De Reining kun je vergelijken met een soort snelle dressuurproef en is meestal spectaculair om te zien. Er zijn tien ‘patterns’ (parcoursen) waaruit de jury kan kiezen. De Reiningproef wordt vooral in galop gereden. Het paard moet laten zien dat hij in staat is om op nauwelijks zichtbare hulpen (aanwijzingen) snelle wendingen te maken, bijvoorbeeld ‘spins’ en ‘roll-backs’. Hij moet vliegende galopchangementen en ‘sliding stops’ kunnen laten zien. Het gaat hierbij om precisie, snelheidscontrole, lenigheid, gehoorzaamheid en kracht van het paard. De ruiter stuurt het paard met ‘neckreining’ (teugeldruk tegen de hals) en met gewicht- en beenhulpen.
Reining is vanaf 2006 officieel paardensport onderdeel van de Olympische Spelen van Bejing!
Hunter under Saddle
Hunter under Saddle komt in grote lijnen overeen met de Pleasure. Het verschil is echter dat er gereden wordt met optoming en kleding uit de Engelse rijstijl. Ook wordt er licht gereden in de draf en in de galop zit de ruiter iets uit het zadel. De gangen mogen ruimer zijn dan de Pleasure. Kortom men moet er uit zien alsof men elk ogenblik een sprong kan nemen.
Werken met koeien: Cutting
Bij Cutting gaat het er om een rund uit een kudde vee te halen en van de kudde weg te houden. Hiervoor is een paard nodig dat gevoel heeft voor de gedragingen van het vee (‘cowsense’). Van het paard wordt veel initiatief verwacht en het moet slimmer en sneller zijn dan het vee. De ruiter kiest een rund en drijft dit samen met zijn paard uit de kudde. Het paard zorgt er voor dat het niet terug kan naar de kudde. Dit levert vaak spectaculaire bewegingen van het paard op. Paarden die aan Cutting doen worden speciaal hiervoor gefokt.
Pole Bending & Barrel Racing
Dit zijn twee spelen die snelheid en wendbaarheid vereisen. Bij Barrel Racing is er een parcours waarbij drie ‘barrels’ (vaten) omcirkeld moeten worden volgens een vast patroon. Bij Pole Bending wordt er een rechte lijn gereden naar een paal en terug via een slalom over dezelfde rechte lijn. Voor deze onderdelen is een speciaal op snelheid getraind paard nodig dat zich makkelijk laat sturen.
Halter
In dit onderdeel wordt de Quarter Horse beoordeeld op exterieur (uiterlijk), bouw, voorkomen en karakter. Het paard mag niet te groot of te lang zijn, moet een goede bespiering hebben en een aantrekkelijk hoofd met vriendelijke ogen. Zijn karakter moet vriendelijk zijn en werkwillig. De paarden worden ingedeeld in klassen naar leeftijd en sekse. Een jury beoordeelt de paarden die door de begeleiders worden voorgebracht.
Showmanship at Halter
De nadruk bij Showmanship at Halter ligt op de (meestal jeugdige) begeleider die het paard voorbrengt. De deelnemer moet aan de jury laten zien dat hij/zij een paard kan showen. De jury let op de verzorging van het paard, de presentatie en kleding van de begeleider, de manier van tonen in stilstand en in beweging, de alertheid van het paard en het totaalbeeld van de combinatie.

